In het derde leerjaar ging ik voor het eerst naar de muziekschool. Mijn broer was drie jaar terug ook gestart en mijn ouders stonden erop dat ik minstens ook een jaartje noten zou leren lezen. Uiteindelijk bleef ik er tot mijn zesde middelbaar mee bezig en volgde ik zowel de lagere, middelbare als hogere graad. Ik kwam dan ook heel vaak in contact met
Italiaanse muziektermen. Er bestaan er echt heel erg veel, maar ik wil vandaag de meest voorkomende op
Gietjes Weetjes plaatsen.
A cappella (jullie wellicht bekend): zonder instrumentale begeleiding
Accellerando: in tempo versnellen
Adagio: langzaam en rustig (met uitdrukking)
Agile: vlug, beweeglijk
Agitato: onrustig
Al fine: ga naar einde
Allegretto: enigszins vlug en levendig, lichter dan allegro
Allegro: snel en levendig
Allegro agitato: levendig, onrustig
Allegro moderato: matig snel
Andante: rustig
Animato: levendig
A tempo: het voorgaande (of oorspronkelijke tempo) hervatten
Coda: slotstuk, einde
Crescendo: geleidelijk sterker worden
Da Capo: vanaf het begin
Decrescendo/Diminuendo: geleidelijk zachter worden
Dolce: lieflijk, zacht
Fortissimo: zeer luid/sterk
Fine: einde
Grave: ernstig
Glissando: glijdend
Intermezzo: tussenstuk
Legato: gebonden
Lento: langzaam, slepend
Moderato: gematigd tempo
Molto: meer
Poco: een beetje, weinig
Pianissimo: heel zacht
Prelude: voorspel
Rapido: snel
Rubato: vrij in tempo
Staccato: korter dan genoteerd
Tutti: allen
Bron:
* http://ciaotutti.nl/italiaanse-taal/waarom-jij-meer-italiaans-spreekt-dan-je-denkt/